Hoe verloopt een bevalling

Hoe verloopt een bevalling

Bij een normaal verlopende zwangerschap is thuis bevallen een goede en veilige optie. De verloskundige zal tijdens de baring meerdere malen bij je langskomen om te controleren hoe het met jou en je baby gaat. Indien er complicaties optreden zul je worden doorverwezen naar de gynaecoloog van het Gelre ziekenhuis. De verloskundige zal indien mogelijk proberen om jou hiernaar toe te begeleiden. Soms is het nodig dat een ambulance wordt gebeld.

Als alles goed gaat, zullen de eerste krampen overgaan in echte weeën en zal de baring telkens meer doorzetten. De baarmoeder transformeert nu van een orgaan dat 9 maanden de baby heeft beschermd en binnengehouden, naar een orgaan dat bezig is om de baby los te laten. Dat proces kost tijd. De verloskundige zal de voortgang van de bevalling controleren door middel van uitwendig en inwendig onderzoek. Ook bewaken wij de conditie van het kind door regelmatig naar de harttonen te luisteren. Vanaf het moment dat wij ontsluiting vaststellen, gaan we met jullie een plan opstellen. We zullen afspreken wanneer we weer bij je terug zullen komen, wat we dan verwachten aan ontsluiting. We zullen kijken waar jullie nog ondersteuning in kunnen gebruiken en wat je het beste kunt doen om de weeën op te vangen. Soms kiezen we ervoor om de vliezen door te prikken, soms zullen we ze ongemoeid laten.
Vanaf dat je 2-3 cm ontsluiting hebt, is de verwachting dat er elk uur een centimeter vordering is. Uiteindelijk zal bij 10 cm ontsluiting de baby geboren kunnen worden en kun je gaan persen.

Indien de bevalling ver gevorderd is of als jullie eerder wensen dat wij blijven, zullen we bij jullie blijven en je door het laatste stuk leiden. We maken alles gereed voor de geboorte van het kind. De kraamzorg zal nu gebeld worden zodat zij ons kan assisteren bij de bevalling. De geboorte van een baby kost veel kracht. Kracht die je aan het eind bijna niet meer lijkt te hebben. Toch lukt het vrouwen telkens weer om de moed te verzamelen om door te persen.

De baby moet zich door het geboortekanaal heen draaien. Deze draaibeweging (spildraai) gebeurt onder invloed van de weeën en de kracht van het persen. Daarnaast is de vorm van het baringskanaal zo dat de baby eigenlijk niets anders kan dan deze te volgen om er makkelijk uit te komen.

Als je gaat persen kijkt de baby eerst opzij (naar links of rechts). Doordat je perst komt het hoofdje steeds dieper en zal nu gaan draaien. De baby gaat naar beneden kijken. Door deze draaibeweging kan het hoofdje onder het schaambeen door komen.
Bij een eerste kindje kan deze draaibeweging een tijd in beslag nemen. Dit komt doordat de bekkenbodem nog niet is opgerekt. Bij een tweede of volgende gaat dit een stuk makkelijker, de bekkenbodem is namelijk een stuk soepeler.

Zodra het hoofdje onder het schaambeen door is gaan we steeds meer van het hoofdje zien aan het einde van het geboortekanaal (je vagina). Het zal nog wel kracht kosten dit laatste stukje, maar het einde is in zicht.

Zodra het hoofdje van de baby er uit is zal de baby weer opzij (naar links of rechts) draaien met zijn hoofd en uiteraard met de rest van zijn lichaam zodat het lichaampje geboren kan worden.

Na de geboorte van de baby moet de placenta nog geboren worden. Hoe snel deze komt variëert van 3 minuten tot een uur na de geboorte van de baby.

Na de bevalling blijven wij nog zo'n 1-2 uur. Daarna neemt de kraamverzorgster het over en zal zij moeder en kind verder verzorgen en helpen met de (borst)voeding.

De termijn waarbij je bij de verloskundige mag bevallen is van 37 weken tot 42 weken zwangerschap. Voor 37 weken is het nog te vroeg om te bevallen en na 42 weken wordt het wel tijd dat de baby geboren wordt. In beide gevallen beval je in het ziekenhuis.

De baring kan in principe op twee manieren starten. Met weeën of met gebroken vliezen. Het verliezen van de slijmprop gebeurt vaak aan het einde van de zwangerschap, maar betekent niet dat de baring automatisch op korte termijn zal beginnen.
In de meeste (90%) gevallen begint de baring met weeën. In het begin zijn ze misschien nog niet zo heftig, maar je kunt er behoorlijk door overvallen worden. De eerste weeën zijn nog onregelmatig en kortdurend. In deze fase kan het ook nog vals alarm zijn. Regelmatig komt het voor dat deze weeën na een paar uur weer afzakken. Wanneer je deze onregelmatige weeën hebt is het aan te raden een warme douche te nemen, 's nachts nog wat proberen te slapen en overdag afleiding te zoeken. Wanneer de weeën toch doorzetten zullen deze over gaan in regelmatige, pijnlijke weeën. Tijdens de wee heb je al je concentratie nodig om hem weg te zuchten. Dit is het moment om bij te gaan houden hoe vaak de weeën komen en hoe lang ze duren.

Een beetje bloedverlies is normaal tijdens de baring. Dit gaat vaak gepaard met slijmverlies. Door de samentrekkingen van de baarmoeder wordt er aan de baarmoederhals getrokken en zal deze dunner worden en open gaan. Heb je meer bloedverlies of twijfel je, bel ons dan gerust.

De baring kan ook beginnen met gebroken vliezen (10%) zonder dat er weeën zijn. De weeën kunnen daarna spontaan beginnen, maar deze kunnen ook uitblijven. Je merkt dat je gebroken vliezen hebt doordat je vocht verliest. Dit kan wat variëren qua hoeveelheid. Bij gebroken vliezen blijf je continu vocht verliezen en ben je niet in staat om het op te houden. Probeer altijd het vocht wat je verliest op te vangen, zodat wij kunnen controleren of het inderdaad vruchtwater is en of het een normale kleur heeft. Belangrijk is om te weten of het hoofdje van het kind bij de laatste controle ingedaald was. Wanneer dit niet het geval is, heeft de verloskundige dit duidelijk tegen je gezegd en je instructies gegeven. Ga dan liggen en bel de verloskundige meteen om te zeggen dat de vliezen zijn gebroken en het hoofd nog niet goed ingedaald was. Dan zal zij bij je langs komen om de controles te doen en om te bekijken of de vliezen inderdaad gebroken zijn en of het hoofdje nu wel is ingedaald.
Indien het hoofdje wel was ingedaald bij de laatste controle kan je gewoon blijven rondlopen en hoef je ons niet direct te bellen.

Belangrijk is de kleur van het vruchtwater. Normaal is de kleur transparant, soms iets rozig, met daarin witte vlokjes. Wanneer het kindje in het vruchtwater heeft gepoept is het vruchtwater groen of bruin. Wanneer dit het geval is, of je twijfelt over de kleur, dan moet je de verloskundige meteen bellen, ook 's nachts.